Content top
De volgende projecten binnen het thema 'Stimuleren van een gezonde leefstijl en ontwikkeling' zijn al afgerond:

DOiT - Preventie van overgewicht in de 1e en 2e klas van het VMBO

Omschrijving

In DOiT gingen leerlingen actief aan de slag met hun (ongezonde) gedrag. Ze onderzochten wat de invloed van de omgeving is op hun eet- en beweeggedrag en kwamen er zo achter wat ze zelf kunnen doen om gezond te eten en voldoende te bewegen. Het lespakket bestaat uit 12 theorielessen en 4 bewegingslessen, verdeeld over twee schooljaren. Na een succesvolle grootschalige effect- en procesevaluatie werd de landelijke implementatie onderzocht. Onderzoeker Femke van Nassau promoveerde in 2015 op het onderwerp, met haar dissertatie genaamd 'The Dissemination of DOiT'.

Onderzoekers

Dr. Femke van Nassau
Dr. Amika Singh
Prof. dr. Mai Chin A Paw   





ENERGY project

Omschrijving

In februari 2009 is het ENERGY-project (EuropeaN Energy balance Research to prevent excessive weight Gain among Youth) van start gegaan. Dit is een samenwerkingsverband tussen vijftien partners in Europa en Australië. Het overkoepelende doel van ENERGY is het stimuleren van gezond gedrag bij kinderen door heel Europa en daardoor overgewicht te voorkomen. In 8 verschillende landen werd bij een groep kinderen van 10-12 jaar gemeten hoeveel tijd zij besteden aan lichamelijke beweging én hoeveel tijd ze zittend doorbrengen (onder andere ‘beeldschermtijd’). Het blijkt dat maar twaalf procent van de jongens en slechts vijf procent van de meisjes voldoet aan de internationale norm van één uur matig tot intensief bewegen per dag, waarvan een half uur eigenlijk op school zou moeten plaatsvinden. Meer informatie over dit interessante en relevante onderzoek vinden jullie op de ENERGY website.

Onderzoekers

Prof. dr. Johannes Brug
Prof. dr. Mai Chin A Paw
D
r. Amika Singh
Dr. Saskia te Velde
 
Surf naar de ENERGY website




Participatory School Playgrounds

Omschrijving

Elsje Caro is 1 december 2013 bij het VUmc gestart als junior onderzoeker op het kortlopend project ‘De Amsterdamse schoolomgeving door de ogen van het kind'. In dit innovatieve project werden de omgevingsdeterminanten van beweeggedrag op het schoolplein in kaart gebracht door middel van participatief jeugdonderzoek. Kinderen kregen de rol van medeonderzoeker en beïnvloeden zo actief het onderzoeksproces.

Het project is uitgevoerd uitgevoerd op drie basisscholen in de regio Amsterdam. Kleine groepjes bovenbouwleerlingen bestudeerden gezamenlijk en met hulp van de onderzoeker verschillende aspecten van hun schoolplein. Met de verkregen inzichten werden mogelijkheden voor het stimuleren van fysieke activiteit op het schoolplein geïdentificeerd. Deze worden toegepast in een schoolpleinscan waarmee ook andere scholen de beweegvriendelijkheid van hun schoolplein kunnen beoordelen door de ogen van het kind.

Onderzoekers

Elsje Caro
Prof. dr. Mai Chin A Paw
Dr. Teatske Altenburg



ToyBox

In de ToyBox studie werd samengewerkt met Europese partners. Het doel was om samen stapsgewijs een interventie ter preventie van overgewicht voor kleuters te ontwikkelen en te evalueren. Door het onderzoeken van de voedings- en beweegpatronen van de kinderen kunnen passende interventies worden ontwikkeld om overgewicht tegen te gaan en een gezonde leefstijl bij de kinderen te bevorderen.

Richard Krajicek Playgrounds

Omschrijving

Onderzoeker Saskia Boonzajer Flaes heeft vanuit de sectie Jeugd en Gezondheid onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de Krajicek Playgrounds. Deze Playgrounds zijn bedoeld om ook kinderen in aandachtswijken de kans te geven om onder professionele begeleiding te kunnen bewegen en sporten. Het onderzoek van het VUmc heeft uitgewezen dat deze Playgrounds meer kinderen aantrekken dan reguliere speelveldjes in de buurt. Daarnaast blijkt dat de kinderen daar ook actiever bewegen. De Playgrounds leveren hierdoor een belangrijke bijdrage aan de gezonde leefstijl van kinderen in aandachtswijken. 

Onderzoekers 

Saskia Boonzajer Flaes
Dr. Evert Verhagen

Surf hier naar de website van Richard Krajicek Playgrounds 
 

                                                                                                      
DigiDance

Bij actieve computergames moeten de spelers lichamelijk actief zijn om het spel te spelen. In het project DigiDance werd onderzocht in hoeverre kinderen gemotiveerd waren om een 'Interactive Dance Simulation Game' te (blijven) spelen. Wat waren de effecten van het spelen van dit spel op de lichamelijke gezondheid van de deelnemers?

I-Play

Ondanks de vele positieve gezondheidseffecten heeft sporten ook een keerzijde: het gevaar van blessures. In Nederland ontstaan er gemiddeld anderhalf miljoen sportblessures per jaar. De kans op een sportblessure is het grootst bij kinderen tussen de 12 en 17 jaar. Het project I-Play had als doel het evalueren van een interventieprogramma om sportblessures te voorkomen bij schoolgaande kinderen (10-12 jaar). In hoeverre is het implementeren van een dergelijke interventie effectief?

JUMP-in

In Westerse landen neemt de prevalentie van overgewicht bij kinderen snel toe. Ook in Nederland is dit een groeiend probleem. De afname van sporten en bewegen en de toename van passieve tijdsbesteding lijken hiervoor de belangrijkste verklaringen te zijn. De resultaten van behandeling van overgewicht zijn vaak teleurstellend, daarom is preventie van overgewicht noodzakelijk en dan bij voorkeur op jonge leeftijd. Onderzoekers van het VUmc, de GGD Amsterdam en de dienst maatschappelijke ontwikkeling zijn naar aanleiding van deze problematiek het JUMP-in project gestart. Door een intensieve samenwerking tussen buurt, onderwijs en sportverenigingen (de BOS-driehoek) worden de krachten gebundeld om kinderen van 4 tot 12 jaar te stimuleren tot meer lichamelijke activiteit.

PAM

De Pam is een kleine bewegingsmeter die op de heup gedragen wordt. Het apparaatje geeft een indicatie van de dagelijkse activiteit van de gebruiker. Op basis van deze data stelt het computerprogramma Pam COACH een persoonlijk beweegadvies voor de gebruiker samen. Tijdens het Pam project werden zowel werknemers als adolescenten uitgerust met een Pam beweegmeter en werd de bruikbaarheid en de effectiviteit van het apparaatje geëvalueerd.